momboor
mannelijk (de)/ˈmɔmbor/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) iemand die als vervanger het ouderlijk gezag uitoefent, bijvoorbeeld bij wezen
- (verouderd) de man die optreedt in de plaats van zijn echtgenote, die geen recht van handelen had
- (verouderd) gevolmachtigd vertegenwoordiger van een overheidslichaam
Etymologie
* Middelnederlands montbōre, mombōre ‘voogd, zaakgelastigde, burgerlijk bestuurder’, samenstelling van mont (vooral Noord-holl. en Fries) ‘macht, bevoegdheid; voogdij’ en -bōre ‘drager’, nomen agentis bij baren ‘dragen’; zie verder mondig, -boor.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek