mistrouwen

onzijdig (het)

Betekenis

werkwoord
  1. iemands woorden niet geloven
zelfstandig naamwoord
  1. het niet vertrouwen van iemand
    Alhoewel de Graaf van Vlaanderen niet zonder mistrouwen aan zijn reis naar Frankrijk dacht, wilde hij echter uit liefde tot zijn kinderen die gevaarlijke tocht aannemen.
    De tegenwoordigheid van een onbekende ridder boezemde hun het grootste mistrouwen in, ook bezagen zij Deconinck alsof zij een spoedige verklaring eisten.