misprijzen

onzijdig (het)/mɪsˈprɛizə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) spot of afkeuring over iemand of iets uitspreken
    Geëngageerde kunst wordt vaak misprezen.
    Ter aanvulling wijst hij op de ouderdom van het dansen (zolang als er al mensen zijn, vs. 51), op de hemelse herkomst (de dans van de sterren aan het firmament (vs. 52-54), alsmede op verdere eerbiedwaardige voorbeelden van positief gebruik. Waarom zou men het dansen nu dan misprijzen (vs. 60)?
zelfstandig naamwoord
  1. spottende afkeuring
    Zijn boertige houding riep aanvankelijk weerstand op bij het koningshuis en ook elders in België zag men soms met misprijzen dat de premier toch niet het toonbeeld van een heer van stand was.
werkwoord
  1. ov (ov) voorzien van een verkeerd verkoopbedrag
    Op het meldpunt ‘misprijzen’ kreeg de Consumentenbond meldingen van mensen die ineens €6,05 moesten bijbetalen voor hun smartphone.

Vertalingen

Duitsverachten
Zweedsförakta