misgaan
/mɪsˈxan/
Betekenis
werkwoord
- (erga) op een verkeerde manier aflopen, faliekant mislukkenZijn schone plannen zijn helemaal misgegaan.
werkwoord
- dwalen, verkeerd handelen
Vertalingen
Engelsawry, fail, miscarry
Duitsschiefgehen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek