misgaan

/mɪsˈxan/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) op een verkeerde manier aflopen, faliekant mislukken
    Zijn schone plannen zijn helemaal misgegaan.
werkwoord
  1. dwalen, verkeerd handelen

Vertalingen

Engelsawry, fail, miscarry
Duitsschiefgehen