mislopen

/'mɪslopə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) niet op de juiste tijd op de juiste plaats zijn om iets mee te maken
    Hij is door autopech dat prachtige concert misgelopen.
    ‘De economie floreert, maar door het tekort aan technisch en it-personeel lopen we orders mis en kunnen we te weinig doen aan innovatie.’ Tubantia Arjan te Bogt 20-05-19 [https://www.tubantia.nl/enschede/4-miljoen-euro-minder-per-jaar-voor-saxion-onbegrijpelijk~a15b9fe6/ 4 miljoen euro minder per jaar voor Saxion: ‘Onbegrijpelijk’]
    Een even groot percentage acht zichzelf er niet toe in staat. En meer dan de helft is bang een boete te krijgen of een voordeeltje mis te lopen.
  2. erga (erga) fout aflopen
    Zijn plannetje liep helemaal mis door die plotselinge sneeuwval.

Vertalingen

Engelsmiss, go awry
Duitsverpassen, schiefgehen, gehen