mineur

mannelijk/vrouwelijk (de)/miˈnør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) persoon die mijnen legt of ingraaft
  2. muziek (muziek) een toonsoort met een ingetogen karakter, met soms een "droevige" associatie
    Na deze vrolijke passage slaat de stemming om, en het stuk eindigt in mineur.
  3. muziek (muziek) in een toonsoort met een ingetogen karakter
  4. muziek (muziek) “klein” in de benaming van bepaalde intervallen, akkoorden en toonladders; vaak genoemd in combinatie met het terts-interval
    Een terts is een interval dat: “groot”, “klein” (mineur), “overmatig” of “verminderd” kan zijn.
    Een kleinetertstoonladder, een mineurtoonladder, heeft als derde toon een “kleine terts.”
    Een klein akkoord, een mineurakkoord, heeft minimaal het interval “kleine terts.”

Etymologie

*Van het Latijnse minor via Frans mineur (kleiner, kleinste)

Vertalingen

Engelsminor
Fransmineur
DuitsMoll