middernacht

mannelijk (de)/ˌmɪdərˈnɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het midden van de nacht, twaalf uur 's nachts
    Op de dag dat de vergunningen verstrekt werden zat ik stipt om middernacht klaar met drie computers binnen handbereik om er zeker van te zijn een startbewijs te bemachtigen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘twaalf uur 's nachts’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Vertalingen

Engelsmidnight
Fransminuit
DuitsMitternacht
Turksgece yarısı
Deensmidnat