midden
onzijdig (het)/ˈmɪdə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het centrale deel of het punt halverwege uiterstenHij schilderde het midden geel.
- (Zuid-Nederlands) kring, milieuHet bericht leidde tot ophef in intellectuele middens.
voorzetsel
- in het midden van
Etymologie
* In de betekenis van ‘punt op gelijke afstand van de uitersten’ voor het eerst aangetroffen in 694
Uitdrukkingen
- te midden van
- De kerk in het midden (van het dorp) laten ( of houden) — Bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden
Vertalingen
Engelsmiddle, amidst, in the middle of
Fransmilieu
DuitsMitte
Spaansa mediados de, en medio de
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek