mensjewiek

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) aanhanger van de gematigde Russische sociaaldemocratische partij, die zich in 1903 op een partijcongres afscheidde van de bolsjewieken

Etymologie

* Leenwoord uit het Russisch, in de betekenis van ‘aanhanger van Russische politieke partij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1924

Vertalingen

Spaansmenchevique