mensa

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eetgelegenheid voor studenten
    in de mensa kon men in 1965 voor 1,80 nlg een heerlijke maaltijd (met toetje) krijgen alsmede een portie gezelligheid

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse mensa (tafel)