marters
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) geslacht , dat bestaat uit slanke roofdieren uit de familie der marterachtigen ()Er zijn acht soorten in drie ondergeslachten. Twee soorten, de boommarter en de steenmarter, komen ook in de Benelux voor
Etymologie
* "marter" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek