martelaar

mannelijk (de)/ˈmɑrtəˌlar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die voor een goede zaak lijdt of sterft en daarmee tot symbool wordt gezien van de strijd voor die zaak, iemand die gemarteld wordt of is
    De martelaar pleegde zelfmoord voor zijn geloof.
    Of zou het te theatraal lijken tussen al die theaterspecialisten? Alsof ze de martelaar wilde spelen? Want zoals gezegd, iedereen wist toch al wat er was gebeurd.
  2. iemand die anderen martelt

Etymologie

* van martelen

Vertalingen

Engelsmartyr
Fransmartyr
DuitsMärtyrer
Spaansmártir
Italiaansmartire