makelen

/ˈmakələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. verouderd, ov (verouderd)(ov) tot stand brengen (van overeenstemming tussen partijen)
  2. inerg (inerg) als makelaar werkzaam zijn
    Hij makelde enkele jaren in verzekeringen.

Etymologie

*(freqtt) maken ; er zijn aanwijzingen dat "makelen" ook al in het Middelnederlands voorkwam.