make-up
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (cosmetica) schoonheidsproducten die worden gebruikt voor het in orde maken van het gezicht, ogenZe gaat nooit de deur uit zonder een flinke laag make-up.Een overdaad aan parfums, flacons, flesjes, schoonheidscrèmes, make-up en badspullen.Haar huid, voorzien van make-up, was fris en glad.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘schoonheidsmiddelen’ voor het eerst aangetroffen in 1942
Vertalingen
Engelsmakeup
DuitsMake-up
Spaansmaquillaje
Italiaanstrucco, make-up
Turksmakyaj
Zweedsmake-up
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek