macrobiotiek

vrouwelijk (de)/ˌmakroˌbijoˈtik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. holistische leer op het gebied van voeding en gezondheid
    Bij de macrobiotiek wordt oosterse geneeskunst toegepast op voeding. „Het principe van yin en yang. En het evenwicht daartussen.

Etymologie

*van "Makrobiotik", vanaf 1805 bekend geworden als titel van een boek geschreven door de Duitse arts ; op te vatten als gevormd uit "μακρόβιος" (makróbios) "lang en gezond levend"