macro
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- reeks instructies onder een naam of toets(combinatie) om geregeld terugkerende handelingen te verrichten, bv. in een tekstverwerker
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘reeks instructies om geregeld terugkerende handelingen op een computer te verrichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1986
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek