maatstok

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stok waarmee je iets kunt meten
    De ateliers steenhouwen en de cursus geometrie, waar wordt uitgelegd hoe in de Middeleeuwen met maatstok en touw werd gemeten, zijn een succes. Ze kunnen gemakkelijk worden uitgebreid met touw maken, timmeren, spinnen en calligraferen. Maar eerst moeten de pannen op het kasteeldak en moet er worden gebouwd aan het derde kruisgewelf. Als alles goed gaat, is Guédelon in 2023 klaar.Volkskrant Ariejan Korteweg 31 juli 2010
  2. meet methode
    Dit is een maat voor statistische verdeling die door een landgenoot van haar, t.w. de Italiaanse statisticus en socioloog Corrado Gini ontwikkeld en gepubliceerd werd in zijn Essay "Variabiliteit en veranderlijkheid"uit 1912 (Italiaans: Variabilità e mutabilità). Het wordt onder andere gebruikt in de “Cumulative Accuracy Profiles” ofwel kortweg CAP genoemd; de maatstok, waarmee de kwaliteit van Ratings wordt gemeten.de Telegraaf JOHAN WIERING 25 aug. 2012

Vertalingen

Engelsruler, measure, folding ruler