liniaal

/liniˈjal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een meetinstrument waarmee lengtes kunnen worden opgemeten
    Bij zijn proefwerk meetkunde was hij zijn liniaal vergeten, dus heeft hij een zware onvoldoende gehaald.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘meetlat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Vertalingen

Engelsruler
Fransrègle, latte
DuitsLineal
Spaansregla graduada
Italiaansrighello
Portugeesrégua
Zweedslinjal
Deenslineal