Linie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) lineair stelsel van aaneengeschakelde en samenhangende verdedigingswerken
- opeenvolgende reeks van bloedverwantschappen
- over de hele linie: in het algemeen
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘streep, lijn’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelsline
Spaanslínea, rama
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek