maatstaf
mannelijk (de)/ˈmatstɑf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eenheid, grootheid, standaardnorm of criterium waaraan iets anders (bijv. een andere grootheid) wordt afgemetenWat is de maatstaf voor rijkdom in de Islam?Succes is een maatstaf voor geluk geworden.Voor nauwkeurige lengtemetingen wordt vaak gebruik gemaakt van een laser, waarbij de golflengte van licht als maatstaf dient.
Etymologie
*, mogelijk leenvertaling van "Maßstab"
Vertalingen
Spaanscriterio, estándar
Poolsmiara
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek