maatstaf

mannelijk (de)/ˈmatstɑf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eenheid, grootheid, standaardnorm of criterium waaraan iets anders (bijv. een andere grootheid) wordt afgemeten
    Wat is de maatstaf voor rijkdom in de Islam?
    Succes is een maatstaf voor geluk geworden.
    Voor nauwkeurige lengtemetingen wordt vaak gebruik gemaakt van een laser, waarbij de golflengte van licht als maatstaf dient.

Etymologie

*, mogelijk leenvertaling van "Maßstab"

Vertalingen

Spaanscriterio, estándar
Poolsmiara