maandagochtend

mannelijk (de)/mandɑxˈɔxtənt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening (tijdrekening) de uren van een maandag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van maandag
    We hebben die hele maandagochtend in het ziekenhuis doorgebracht.
  2. tijdrekening (tijdrekening) in de ochtend van de maandag
    Kun je maandagochtend ook komen?
    Bij de supermarkt aan de Iepenlaan in Woerden heeft de politie maandagochtend een 17-jarige jongen uit Litouwen aangehouden op verdenking van diefstal van boodschappen met een winkelwaarde van € 57,-. De dief wilde die morgen rond tien uur een winkelwagen vol boodschappen zonder te betalen de winkel uitloodsen. Reformatorisch Dagblad 09-12-2008 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/achtervolging-jeugdige-winkeldief-in-woerden-1.1317129 Achtervolging jeugdige winkeldief in Woerden]
    Maar na een week in de woestijn en 5.000 dollar lichter, zit je vaak gewoon weer op maandagochtend op kantoor in een vergadering over targets.

Vertalingen

EngelsMonday morning
DuitsMontagmorgen, Montagvormittag