maaltijd
mannelijk (de)/ˈmaltɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een hoeveelheid toebereid voedsel die voldoende is geruime tijd de lichamelijke behoefte te bevredigenDe maaltijd was weer heerlijk, Anneke!'Monsieur Point was erg goed in marketing. In die tijd lieten veel mensen zich vervoeren door een chauffeur. Hij beloofde de chauffeurs een gratis maaltijd als ze hun baas naar zijn restaurant zouden brengen', zegt Henriroux.En dat in de US of A met haar vierentwintiguurseconomie? Ik had al dagen geen fatsoenlijke maaltijd gegeten en had buikpijn van de honger.
Etymologie
* In de betekenis van ‘eten’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Uitdrukkingen
- Mosterd na de maaltijd — Een oplossing die te laat komt
Vertalingen
Engelsmeal
Fransrepas
DuitsMahl, Mahlzeit
Spaanscomida
Japans食事, しょくじ, shokuji
Poolsposiłek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek