luizen
/ˈlœyzə(n)/
Betekenis
werkwoord
- luizen vangen
- ergens in lopen
- nog even blijven in bed blijven liggen tijdens het ontwaken
- jonge okselscheuten weghalen
Etymologie
*: "luis" met de uitgang -en, waarbij de slotmedeklinker weer stemhebbend wordt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek