luizenbos
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dikke bos haar'Luister eens, luizenbos', zegt haar oom Kreon (Joop Keesmaat), in een van de weinige rustiger momenten in hun discussie. Maar luisteren lijkt moeilijk voor deze Antigone, en dan laat ook Kreon zich weer verleiden tot luid gebries. Volkskrant 21 juni 2012
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek