luchtwacht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlʏxtwɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. organistatie of persoon die het luchtruim afspeurt naar vijandelijke vliegtuigen
    Zo kwam het dat Van Soest en Groot in 1932 een nog een kleiner type luistertoestel ontwikkelden, een van geklopt aluminium dat met wat kunstgrepen aan het hoofd werd vastgemaakt. Het toestel van Goerz tot zijn essentie teruggebracht. Een soort Early Warning System voor de luchtwachtdienst dat nooit in produktie ging. Het vergde een te grote hoofdbewegelijkheid, zei de luchtwacht zuinig. Waarschijnlijker is dat de luchtwachters op grote schaal met desertie dreigden als het toestel werd ingevoerd. NRC 10 januari 1991 [https://www.nrc.nl/nieuws/1991/01/10/het-gewapend-oor-6952561-a1003642 Het gewapend oor]
    De luchtwacht wil de nu in totaal twee ton aan brokstukken naar het dal brengen. Daaronder een motorblok met propeller, delen van een vleugel en ook wollen dekens. De cockpit is echter nog niet gevonden, zei de woordvoerder van de luchtmacht. De brokstukken zullen eerlang tentoongesteld worden. De Standaard 17/09/2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180917_03751154 Een koud kunstje: Zwitsers leger ruimt wrak dat 72 jaar onder het ijs lag]