luchttoevoer

mannelijk (de)/ˈlʏxtuvur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aanvoeren van lucht voor ademhaling of verbranding
    De automobilist van nu rijdt rond in een black box. Hij heeft geen idee hoe de motor exact de verbranding en luchttoevoer regelt, de timing van de ontsteking, de inspuiting van de brandstof, de turbodruk.
    Omdat littekenweefsel de luchttoevoer bemoeilijkt, ademen ze door een zilveren buisje dat via de hals rechtstreeks de luchtpijp is ingebracht.
  2. aangevoerde lucht
    In vergelijking met stadsgas is de halve hoeveelheid aardgas nodig om dezelfde warmte te bereiken, maar met dezelfde hoeveelheid luchttoevoer.
  3. techniek (techniek) voorziening om lucht aan te voeren
    De lucht is bovendien niet gezond doordat veel bewoners het systeem, dat een hinderlijk geluid maakt, in de laagste stand zetten. Ook leidt vervuiling van de filters in de luchttoevoer tot een slechte luchtkwaliteit, aldus het onderzoek.