losbreken

/ˈlɔzbrekə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) door breuk uit elkaar vallen
  2. intr (intr) losbarsten (met geweld tot een uitbarsting komen)
  3. ov (ov) losmaken of afscheiden door te breken
  4. veranderen door met kracht en inspanning ergens mee te stoppen
    Ik wilde losbreken van mijn vaste gewoontes, en misschien zou cannabis me kunnen helpen om te relaxen in stressvolle tijden.

Vertalingen

Engelsbreak, break off
Spaanssoltarse