losbarsten

/ˈlɔzbɑrstə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) plotseling hevig gaan woeden
    Het onweer is daarna in alle hevigheid losgebarsten.
    Rondom Albert hield iedereen even de adem in. Toen barstte het geschreeuw los. De smeerlappen. Die moffen zijn nog geen steek veranderd, wat een smerig tuig! Barbaren, enz. En dan ook nog een jonge en een oude man! {{Aut|Lemaitre, Pierre

Vertalingen

Engelsbreak out
Franséclater
Duitsausbrechen
Spaansdesatar