logeerpartij

vrouwelijk (de)/loˈʒerpɑrˌtɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de keer dat men bij iemand anders thuis blijft overnachten
    Zelfstandig naar school, logeerpartijen bij anderen, kamperen met bevriende ouderparen.
    Na zijn logeerpartij in Los Angeles heeft Dubbelman nog twee keer geprobeerd Ali op te zoeken. "In 1993 had ik een klus in Chicago. Hij woonde twee uur rijden daarvandaan op een landgoed dat van Al Capone is geweest. Toen ik aanbelde kreeg ik te horen dat hij niet thuis was. Dat kan natuurlijk, maar ik weet niet zeker of dat zo was." Drie jaar later probeerde Dubbelman het nog een keer. "Toen werd gezegd dat hij in Turkije was."