logeeradres

onzijdig (het)/loˈʒeradˌrɛs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaats waar men als gast de nacht kan doorbrengen
    Hij hield haar hand even vast voordat hij hem losliet. Ík was wel naar de veerboot gekomen als ik het geweten had. Hebt u een logeeradres?'`Ja. Hier vlak tegenover.'Ze gebaarde over het zand naar de cottage. `Bij Diighall?
    Het team wil zo snel mogelijk op het vliegtuig stappen, maar er moeten nog praktische zaken worden geregeld, zoals visumverplichtingen en een logeeradres in Paramaribo.