liturg
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die kennis heeft van de liturgie, de christelijke eredienst
- leider van de eredienstPrediker, liturg, pastor te zijn, het komt mij voor, dat een heerlijker werk aan een mensenkind niet kan worden toevertrouwd.
Etymologie
* verkorting van liturgie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek