lippen

/ˈlɪpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, muziek (ov) (muziek) het intoneren van een blaasinstrument door gebruik van de embouchure in plaats van de vingerzetting, zoals dat nodig was bij sommige historische instrumenten zoals het serpent
    Hij lipte die moeilijke passage zonder enige valse noot te spelen.
  2. geluidloos met de lippen een woord nadoen
    "Wat!" lipte hij achter de rug van de leraar.
  3. ov, media (ov) (media) synchroon met een geluidsopname de lippen bewegen zoals dat in films of video's gedaan wordt
    Die hele scène was gelipt en de echte zangeres krijg je niet te zien.
  4. makelaardij (makelaardij) op eigen risico makelaardij bedrijven
  5. makelaardij (makelaardij) misbruik maken van iemands hachelijke positie om een te gunstige prijs te bedingen
  6. een lipvormig aanhangsel uitsnijden van een, meestal metalen, plaat
  7. inerg, sport (inerg) (sport) bij het golfspel het putje met de bal net raken, waarbij de bal er weer uitspringt en zijn weg vervolgt
    Hij dacht een birdie te hebben, maar de bal lipte.

Uitdrukkingen

  • Aan iemands lippen hangenAandachtig naar iemand luisteren
  • Het water komt/staat aan de lippenEr is sprake van een zeer acute noodsituatie, die snel nog verder verergert als er niet meteen iets aan wordt gedaan
  • Tussen neus en lippen [door]Tussendoor zonder veel nadruk iets doen, vragen of mededelen