lippenstift

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlɪpə(n)ˌstɪft/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. cosmetica (cosmetica) stift met zacht, meestal roodgekleurd materiaal dat op de lippen opgebracht wordt om de kleur daarvan beter te laten uitkomen
    De lippenstift viel op de grond.
  2. cosmetica (cosmetica) zacht, meestal roodgekleurd materiaal dat op de lippen opgebracht wordt om de kleur daarvan beter te laten uitkomen
    Zij moest haar lippenstift nog opdoen.
    Ze was niet of heel licht opgemaakt, zoals haar gewoonte was, behalve dan dat ze speciaal voor de gelegenheid Ferrarirode lippenstift had opgedaan.
    "Ik had mijn best gedaan haar goed te bestuderen en thuis voor de spiegel geoefend. Ik had een pruik opgezet, haar befaamde eyeliner en lippenstift opgedaan en zong De Verzoening van Frank Boeijen, terwijl Liesbeth voor mijn neus zat. "

Vertalingen

Engelslipstick, lipstick
Fransrouge à lèvres, bâton de rouge, rouge à lèvres
DuitsLippenstift, Lippenstift
Spaanspintalabios, barre de labios, pintalabios