limbo
mannelijk (de)/ˈlɪmbo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (rooms-katholiek) plaats voor de zielen van mensen die niet als zondaars kunnen worden beschouwd en dus niet naar de hel gaan, maar die niet gedoopt zijn en dus ook niet tot de hemel worden toegelaten
- (figuurlijk) aparte tussenpositie die men krijgt toebedeeld
zelfstandig naamwoord
- dans uit Trinidad waarbij men met achterovergebogen lichaam onder een steeds lager gehouden horizontale lat door moet bewegen
- (pejoratief) iemand uit Limburg
Etymologie
*(m) [2]: afgeleid van Limburg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek