likstok

mannelijk (de)/ˈlɪkstɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. houten spatel die in een kalkkalebas gestoken wordt en door iemand die betel kauwt gebruikt wordt om kalk van af te likken.
  2. snoepgoed op een stokje waaraan gelikt wordt.
  3. penis, lul.
  4. leerbewerking (leerbewerking) een spaan vervaardigd van zeer hard hout waarmee zolen effen gewreven worden zodat er geen hamerslag meer op te zien is.blz 779 Leerbewerking

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->