lijsters

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een grote familie van meestal middelgrote zangvogels met goed ontwikkelde zang. De echte lijsters zijn kleine tot middelgrote op de grond levende vogels die zich voeden met insecten, kleine ongewervelde dieren en fruit. Sommige soorten, zoals de merel, zijn vertrouwde tuinvogels geworden

Etymologie

* "lijster" met de uitgang -s