lijkkleed

onzijdig (het)/ˈlɛiklet/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. doek waarin men een overledene wikkelt; kleed dat men over een lijkkist legt tijdens de begrafenis
    Ik liep naar het boothuis om het zeildoek te halen dat ik had geprepareerd als lijkkleed.
    In de kist is ook een rozenkrans gelegd, omdat Richard katholiek was. De resten werden afgedekt met een lijkkleed met daarop een kruis, een everzwijn en een roos. Die laatste twee symbolen verwijzen naar Richards familiewapen.
  2. kleding waarin men een overledene kleedt

Vertalingen

Engelspall, shroud