doodskleed

onzijdig (het)/ˈdotsklet/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het kleed waarin een dode gewikkeld wordt
    Verblindend wit zijn alleen de twee attributen: de zakdoek en de bruidsjurk, die ook Desdemona’s doodskleed zal worden. Enkel aan het slot, als alles in zijn voegen kraakt, verschijnt er een straaltje licht door de kieren van Otello’s gitzwarte bunker.de Standaard 17 FEBRUARI 2016 Geert Van Der Speeten
    De uitzet bestond uit lakens, hemden, servetten, slopen en ook alvast twee doodshemden. „De boeren lieten het linnen enkele keren wassen. Alleen het doodskleed moesten de mensen ‘s nachts aan de drooglijn hangen. Zou je dat overdag doen dan krijg je problemen met de duivel, zo dacht men toen.”Tubantia 24-JANUARI-2012
zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) de kleding die de dode aanheeft

Vertalingen

Engelsshroud