lijfknecht

mannelijk (de)/ˈlɛifknɛxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bediende, die onder meer zorgt voor de kleding van één persoon bij wie hij in dienst is en waarmee hij nauw is verbonden
    De butler stond terecht omdat hij bezittingen van Diana zou hebben gestolen. Na een persoonlijke interventie van Elizabeth kwam aan dat proces spectaculair een einde. De vorstin had zich plotseling herinnerd dat Burrell haar drie jaar eerder wel degelijk had verteld dat hij brieven en sieraden van Di in bewaring had genomen. Elizabeths timing was opmerkelijk: op de dag dat Burrell zelf zijn getuigenis zou beginnen over zijn jaren bij de disfunctionele royals, eerst als lijfknecht van de koningin, daarna als butler van Charles en Di, en ten slotte bij Diana alleen. Kon het zijn dat de koningin had ingegrepen om nieuwe sleaze uit de koninklijke privélevens voor te zijn, vragen politiek, justitie en pers zich af. NRC H. Steketee 13 november 2002 [https://www.nrc.nl/nieuws/2002/11/13/de-royals-staan-weer-lelijk-te-kijk-7614032-a553188 De royals staan weer lelijk te kijk]
    Op een gewone dag verkoopt Le Monde, zo'n 7.500 exemplaren op de Britse eilanden. Niet afgelopen maandag, toen de Franse krant berichtte over het jongste schandaal bij de royals: de beschuldiging van een ex-lakei dat hij kroonprins Charles bij "een incident van seksuele aard" in zijn slaapkamer aantrof met `lijfknecht Michael Fawcett. NRC H. Steketee 12 november 2003 [https://www.nrc.nl/nieuws/2003/11/12/britten-breidelen-europese-pers-7661690-a1290297 Britten breidelen Europese pers]