liggen

/ˈlɪɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) zich horizontaal in toestand van rust gelegd hebben
    Hij heeft een tijdje op bed gelegen.
    In een urinoir kan het ook soms moeilijk zijn om met iemand naast je te plassen. Hier was het nog lastiger omdat er twee mensen naast mij lagen, waarvan één tot overmaat van ramp de enige aanwezige vrouw was.
  2. erga (erga) op een bepaalde plaats bevinden
    Dat is mooi gelegen daar.
    Ik filterde zo snel mogelijk een liter water voor mijn avondmaal en zocht een wat hogerop gelegen plek in de hoop daar wat minder last van de insecten te hebben.
    Het was een ijskoude nacht en ik werd meerdere malen bibberend wakker. Verbaasd zag ik de volgende ochtend dat er een dun laagje ijs op mijn tent lag.
  3. ov (ov) tamelijk prettig worden gevonden door
    De filmster heeft altijd al van zingen en dansen gehouden, dus musicals liggen hem eigenlijk wel, maar avond aan avond optreden, dat ligt hem niet zo.
  4. auxl (auxl) ~ te: duratief hulpwerkwoord: iets doen terwijl men ligt
    Hij lag vredig te dromen toen de bliksem insloeg.
    Hij heeft daar nog lang over liggen nadenken.

Etymologie

:Oost: : ligan

Uitdrukkingen

  • op apegapen liggen
  • Vanzelfsprekend zijn.
  • Hevig lachen.https://web.archive.org/web/20110117031134/http://www.woorden-boek.nl/woord/dubbelhttp://books.google.de/books?id=mmhHk5jJDwUC&lpg=PA54&ots=v2b7IQzUMl&dq=%22dubbel%20liggen%22%20lachen&pg=PA54#v=onepage&q=%22dubbel%20liggen%22%20lachen&f=false
  • Iemand op een bedrieglijke manier behandelen; een poets bakken, beet nemen
  • [3] In samengestelde tijden vervalt te.

Vertalingen

Engelsbe situated, lie
Duitsliegen, liegen
Spaansyacer, estar, estar echado
Turksyatmak
Zweedsligga, ligga