bevallen

/bəˈvɑlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) iets als aangenaam ervaren
    Die houding beviel hem geenszins.
    Het werk beviel hem niet erg, hij bleef er alleen vanwege zijn moeder. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    De afwisseling op kantoor was haar namelijk prima bevallen.
  2. erga (erga) het leven schenken aan een kind
    Zij is thuis van een wolk van een zoon bevallen.

Etymologie

* *afgeleid van vallen

Vertalingen

Engelsplease, deliver
Fransplaire, accoucher
Duitsgebären
Spaansgustar, agradar, parir
Poolspodobać sie