leuterpraat

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onzinnig gepraat, nonsens, gezwam
    Deze vraag kán ook beantwoord worden, maar zeer zeker niet met oppervlakkige rationalistische argumentatie of intellectuele leuterpraat.Westers bewustzijn, oosters inzicht. {{Aut| Carl Gustav Jung, Pety de Vries-Ek, Annelies Hazenberg