lessenaar

mannelijk (de)/ˈlɛsəˌnar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meubel met een hellend bovenblad als overzichtelijke plaats voor een te lezen of te schrijven tekstVaak is er onder het bovenblad een bergplaats. De omvang kan sterk uiteenlopen: een open kastje dat op een tafel wordt gezet, een hoog meubel dat zelf op de grond staat en in kerken en scholen kan het ook om een constructie met een zitplaats gaan.
    Op een hete middag stapte Johnson als kersverse premier uit zijn dienstauto voor 10 Downing Street. Hij nam plaats achter de lessenaar, met de deur naar zijn ambtswoning achter zich, en hield een toespraak vol ambitie, overlopend van branie, gelardeerd met zelfvertrouwen.
  2. muziek (muziek) standaard om bladmuziek op te plaatsen
    Hij had een stevige lessenaar die wel tegen de wind bestand was.

Etymologie

*afgeleid van les

Vertalingen

Engelsdesk, lectern, school desk
Spaanspupitre