Lessen

/ˈlɛsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met vocht de dorst beëindigen
    De regen leste eindelijk de dorst van het wanhopige wild.
  2. inerg, spreektaal (inerg) (spreektaal) les nemen
    In welke auto heb jij gelest?

Etymologie

* In de betekenis van ‘blussen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350

Vertalingen

Engelsquench, slake
Fransétancher
Duitslöschen
Spaanssaciar
Portugeessaciar
Zweedssläcka
Deensslukke