lesboer
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- docent of leraar die met te weinig betrokkenheid zijn lessen afdraaitAls ik elke avond naar huis zou gaan, voel ik me een lesboer en dat wil ik niet.”„Ik voelde me een lesboer, die van leslokaal naar leslokaal rende. Ik kon niet afwijken van het programma, het was niet inspirerend. Zeg nou zelf; wat hebben jongens van het allerlaagste niveau -vmbo bb- eraan om een boekverslag te maken?”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek