lepelsteur
mannelijk (de)/ˈlepəlˌstør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) bepaald soort vis met lepelvormig verbrede bek die 2 meter lang kan worden en meer dan 80 kilogram kan wegen,De ontwikkeling van de borstvinnen van de lepelsteur laat een wisselend patroon zien van verbening en kraakbeenvorming. Het heeft kenmerken van de ontwikkeling van vinnen bij beenvissen, maar ook van de ontwikkeling van ledematen bij viervoeters.
Vertalingen
Engelsamerican paddlefish
DuitsLöffelstör
Spaanspez espátula, pez espátula del Mississippi
RussischВеслонос
Chinees匙吻鱘
Japansヘラチョウザメ
Poolswiosłonos amerykański
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek