lekenzuster
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die, zonder een kloostergelofte af te leggen, met anderen gemeenschappelijk als geestelijke zuster leeftDe schrijfster Diane Broeckhoven (1946) woont in het Begijnhof van Antwerpen, omsloten door zestiende-eeuwse muren. In haar huiskamer is het doodstil, van de stad dringt geen enkel geluid door. ,,Achter deze muur is de kapel van de lekenzusters, wijst ze. ,,'s Avonds hoor ik hun engelengezang. Dan is het echt alsof ik half in de hemel woon.' NRC Maartje Somers 13 september 2002 [https://www.nrc.nl/nieuws/2002/09/13/een-goed-gesprek-na-de-dood-7605485-a603630 Een goed gesprek na de dood]Ridder ON Mw. J.M.W. van Doornmalen, lekenzuster bij de Stichting Unitas te Brazilië W.J. Leliveld NRC 27 april 2002 [https://www.nrc.nl/nieuws/2002/04/27/lintjesregen-2002-buitenland-7587615-a1283370 Lintjesregen 2002 BUITENLAND]
Vertalingen
Engelslay sister, laywoman
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek