legplank
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- horizontale plank waarop men bijvoorbeeld kleding kan bergenKasten en salontafels ontbreken, passagiers moeten het qua bergruimte doen met de vloer en een enkele legplank. Iedere hut heeft wel een eigen badkamer met douche en toilet en een raam dat open en dicht kan worden gedaan. Reformatorisch Dagblad 12-07-2006 [https://www.rd.nl/vandaag/economie/easycruise-gooit-regels-overboord-1.1176429 EasyCruise gooit regels overboord]U stelt uw ideale kledingrek zelf samen door te kiezen voor uw favoriete opstelling, kleur en afwerking, al dan niet met extra roedes of legplanken, tot zelfs een uitklapbaar bureaublad. De Standaard 28/04/2014 door Ellen De Muynck [http://www.standaard.be/cnt/dmf20140428_023 Belgische blikvangers in de slaapkamer]Voor die ruimte bedachten we, opnieuw samen met Pl/ank, een grote kastenwand in multiplex met gele accenten. ‘Het uitgangspunt van het ontwerp bestaat uit één grote kast. Die hebben we ‘geknipt’ en opgedeeld in legplanken en dozen, en rondom de living verspreid. De Standaard 03 MEI 2014 Karin Eeckhout,Foto’s Lisa Van Damme [http://www.standaard.be/cnt/dmf20140102_00910910 Donker rijhuis wordt baken van licht]
Vertalingen
Engelsshelf
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek