lauweren
/ˈlɑuwərə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (figuurlijk) in het verleden gevierde successen
werkwoord
- bewonderen, eren
Etymologie
*: afgeleid van "lauwer"
Uitdrukkingen
- op zijn lauweren rusten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*: afgeleid van "lauwer"