lauwer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- blad van de laurier, met name gebruikt in een krans als eerbetoonIn Rome gaf men een zegevierend veldheer een krans van lauweren.
- (beroep) leerlooier
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘krans van laurieren’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Uitdrukkingen
- op zijn lauweren rusten — teren op zijn eerdere verworvenheden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek