lauwer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. blad van de laurier, met name gebruikt in een krans als eerbetoon
    In Rome gaf men een zegevierend veldheer een krans van lauweren.
  2. beroep (beroep) leerlooier

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘krans van laurieren’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Uitdrukkingen

  • op zijn lauweren rustenteren op zijn eerdere verworvenheden